De onvoltooide droom van Abt Campmans

 

De bouwmeester


Dat schoon en vermaert clooster van Duynen,
twelcke aen alle mensen dient tot verwonderinghe


De eigelijke bouwgeschiedenis van de nieuwe abdij 'Onze-Lieve-Vrouw-Ten Duinen' reconstrueren blijft een onmogelijke opdracht Flandria Illustrataomdat de bouwrekeningen uit de periode van abt Campmans niet bewaard zijn (1623-1642). Wel mag aangenomen worden dat de gravure met de afbeelding van de abdij zoals A. Sanderus die weergeeft in zijn Flandria Illustrata van 1641 berustte op reŽle ontwerpen of goedgekeurde bouwplannen.

De naam van de bouwmeester van dit grootse barokke abdijcomplex blijft tot vandaag onbekend. De twee belangrijkste architecten in de Zuidelijke Nederlanden in de eerste helft van de 17de eeuw waren Wenzel Cobergher (?-1634) en Jacques Francquart (1583-1651) die een opleiding in ItaliŽ hadden genoten en veel in opdracht van de jezuÔeten werkten.» 7 Mochten beide grootmeesters betrokken geweest zijn met de bouw van de Brugse Duinenabdij, zou dit ongetwijfeld bekend gebleven zijn. Wellicht was hier een talentvol Brugs bouwmeester aan het werk die kon beroep doen op bekwame meester-metselaars en meester-timmerlieden uit de stad. Bovendien waren in de eerste helft van de 17de eeuw het architectuurtraktaat van Sebastiano Serlio (1537) op basis van Vitrivius'werk» 8 en Italiaanse modelboeken in omloop, die hen op ideeŽn konden brengen.

Een interessante verwijzing in het archief van de kartuizers, die tussen 1635 en 1645 een groot kloosterpand en cellen bouwden in hun nieuwe en ook imposante klooster in de Langestraat, maakt wellicht toch de identiteit bekend van enkele belangrijke bouwlieden van de Duinenabdij» 9. Op 10 april 1637 werden steenhouwers die werkzaam waren in de Duinenabdij betaald voor het maken van de boghen ende sluytstenen in het grote pand van de kartuizers. De tekst verwijst expliciet naar beide kloosters. Hoogstwaarschijnlijk werkten ook dezelfde metselaars en andere vaklui gelijktijdig in beide sites. Abt Bernard Campmans had een uitstekende relatie met kartuizerprior Joannes Pipenoy en naast het uitwisselen van bekwame vaklui bespraken ze allicht ook hun bouwplannen. De namen die via het kartuizerarchief bekend bleven, zijn meester-metselaar Geraert (Meester Geraert), steenhouwer en beeldhouwer FranÁois Nopere, meester-timmerman Pauwels Jordaens, metselaar Jacques Wagemans en de smeden Hubrecht Deleij, Joos Rubbens en Bernard De Smid. Vanaf 1643 volgde JťrŰme Stalpaert (1589-ca.1659), de architect-beeldhouwer, Meester Geraert op als bouwmeester van het kartuizerklooster. Heeft de beter bekend gebleven Stalpaert ook aan de Duinenabdij gewerkt?» 10

De bouwmaterialen

Een belangrijk en vermeldenswaard element bij de realisatie van de nieuwe abdij is dat de monniken gebruik maakten van oude bouwmaterialen, afkomstig van de ruÔne van hun abdij in Koksijde. De materialen werden op geregelde tijdstippen aangevoerd en verwerkt in de nieuwbouw. Grote, wellicht 13de-eeuwse moefen, zijn overal herkenbaar en ook oude zuilen werden hergebruikt in de kelders. Van de gesloopte abdij van Ter Doest in Lissewege werd eveneens bouwmateriaal hergebruikt. Als natuursteen werd vooral Avennesteen toegepast.

« De cisterciŽnzers en stedenbouw | | Het monastieke patroon »

« hoofdpagina | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | volgende pagina » |  ^ top 

Voetnoten

« 7 Ook Bruggeling Pieter Huyssens (1577?-1637) behoorde op dat ogenblik bij de topklasse. Hij was lekenbroeder bij de jezuÔeten en bouwde voor hen de kerk in Maastricht (1614), was betrokken bij de bouw van Carolus Borromeus in Antwerpen (1621), ontwierp de Walburgakerk in Brugge (1619) en de Saint-Loup kerk in Namen. Hij was ook de ontwerper van de Sint-Pieterskerk in Gent (vanaf 1629). Pieter was de zoon van de Brugse meester-metselaar Jacques Huyssens. Heeft hij iets te maken met het ontwerp voor de cisterciŽnzerabdij van Ten Duinen?
« 8 S. Serlio, Regole Generali Di Architettura Sopre Le Cinque Maniere Di Gli edifici (Ö) Con La Dottrina De Vitruvio, VenetiŽ, 1537
« 9 J.P. Esther, Het Kartuizerklooster binnen Brugge. Monumentenbeschrijving en bouwgeschiedenis in: J. De Grauwe/ V. De Smet/ J.-P. Esther, Het Kartuizerklooster binnen Brugge. Verleden en toekomst, Brugge, 1980, p.123-237.
« 10 Architect-beeldhouwer Stalpaert bouwde ondermeer de gevelgaanderij aan het Landhuis in Veurne (1613) en in Brugge bouwde hij mee aan het fraaie ambachtshuis van de metselaars in de Steenstraat 25(1621).