De geschiedenis van de bibliotheek     

Velen kennen het Brugse Grootseminarie als een historisch gebouwencomplex dat grotendeels teruggaat op de oude Duinenabdij. Maar achter deze imposante gevels wordt ook een heel rijke collectie boeken bewaard in de bibliotheek. De oudste zijn meer dan vijfhonderd jaar, de jongste zijn pas verschenen.
We stappen doorheen die eeuwenlange geschiedenis van boeken verzamelen, zorgvuldig bewaren en ontsluiten. Met zevenmijlslaarzen, want noodgedwongen beperken we ons tot de hoofdlijnen.» 1







Het fonds Monseigneur Henricus-Josephus Van Susteren (1716-1742)

De geschiedenis van de huidige seminariebibliotheek gaat terug tot Mgr. H.J. Van Susteren. De veertiende bisschop van het oude bisdom Brugge» 2 heeft op vele terreinen heel wat teweeg gebracht in zijn diocees. Zo richtte hij onder andere een seminarie op, eerst in een huis in de Ridderstraat, maar naderhand in het Hof van Pittem in de Heilige Geeststraat - het huidige bisschopshuis. Per testament schonk hij aan het seminarie zijn persoonlijke, buitengewoon rijke bibliotheek. Bovendien legateerde Van Susteren een goede som tot coopen van boucken voor het seminarie. Zijn zorg voor de bibliotheek schreef hij uitdrukkelijk neer in zijn testament: "Men sal bysondere sorghe draghen voor de Bibliotheecque van ons Seminarie ende dat niemant daer van eenen boeck draghe, ofte op eene verkeerde plaetse stelle". De bibliotheek van bisschop Van Susteren wordt door historici geprezen als een van de beste en meest rijke in het toenmalige Brugge dat nogal wat degelijke bibliotheken telde o.a. van de Jezuïeten, Augustijnen, Predikheren, Kapucijnen en Duinheren. Ze bevatte voornamelijk Latijnse werken over theologie, exegese en kerkelijk recht; polemische literatuur (vooral Jansenistica en anti-Jansenistica); Ut Prosim rechtsverzamelingen in het Nederlands en Frans; de klassieke auteurs (veelal ook in een Franse vertaling); geschiedkundige werken alsook Nederlandse boeken zoals het Cruydtboeck van Dodoens en de volledige werken van Vader Cats. Vele banden liet hij opnieuw inbinden en voorzien van zijn ex-libris - tegelijk ook zijn bisschopsleuze - Ut prosim (Opdat ik moge dienen) in goudstempel.

Het fonds Van Susteren werd door de volgende bisschoppen niet meer aangevuld, hoewel het zeer waarschijnlijk is dat boeken uit de nalatenschap van professoren van het seminarie werden geïntegreerd, een traditie die tot op vandaag een voorname rol speelt in de verdere uitbouw van de seminariebibliotheek.
Van Susterens boekencollectie is niet in haar geheel in de tegenwoordige seminariebibliotheek terecht gekomen. Tijdens de Franse bezetting vanaf 1796 is zij weliswaar aan de confiscatie ontsnapt door haar onder te brengen bij verschillende particulieren. Maar met de afschaffing van het bisdom en het seminarie werden zijn boeken overgebracht naar het kleinseminarie van Roeselare. In 1835 kregen deze boeken hun definitieve bestemming in het heropgerichte seminarie in de Duinenabdij te Brugge, maar een beperkt gedeelte ervan is nooit teruggekeerd uit Roeselare.

 

1 | 2 | 3 | 4 | volgende pagina » |  ^ top 

Voetnoten

« 1   Voor meer achtergrondliteratuur bij de geschiedenis van de seminariebibliotheek zie: F. VAN DE PUTTE, Bibliothèque du Séminaire de Bruges, in Annales de la Société d'Emulation pour l'histoire et les antiquités de la Flandre Occidentale 2 (1840) 147 - 170;
A. VIAENE, De bibliotheek van het Grootseminarie te Brugge, in Collationes Brugenses et Gandavenses 3 (1957) 433 - 448, onveranderd overgenomen in A. DENAUX & E. VANDEN BERGHE (red.), De Duinenabdij en het Grootseminarie te Brugge. Bewoners, gebouwen, kunstpatrimonium, Tielt, 1984, p. 189 - 199. Onze tekst is grotendeels gebaseerd op deze bijdrage.

« 2   Over de geschiedenis van het bisdom Brugge: CLOET, M. (red.) Het Bisdom Brugge (1559-1984). Bisschoppen, priesters, gelovigen, Westvlaams verbond van kringen voor Heemkunde, Brugge, 1985