De onvoltooide droom van Abt Campmans

 

Korte beschrijving

Voor deze beschrijvingen werd geput uit: Toely De Jaeghere,
"De bouwgeschiedenis van de abdij Ter Duinen te Brugge",
onuitgegeven licentiaatsverhandeling RUGent, 1978-1979.

De kerk heeft een voorgevel die volledig is uitgevoerd in blauwe hardsteen en fungeert als een schermgevel voor de driebeukige binnenruimte. Op de voorgevel staan talloze steenhouwersmerken van de leveranciers van de natuursteen: Adrien Mondron en Pierre Corneille Trigalet uit Arquennes bij Nijvel. Deze steenhouwers leverden vaak aan Brugse bouwmeesters in de tweede helft van de 18de eeuw. Dit was onder meer het geval bij de bouw van het ambachtshuis van de timmerlieden in de Steenstraat 38, eveneens door Emmanuel van Speybrouck ontworpen, het ambachtshuis van de kuipers in de Vlamingstraat 19 en het huis De Caese in de Hoogstraat 4.

Ionische pilasters, klassieke entablementen, driehoekige en gebroken frontons creŽren het statige, classicistische karakter van deze kerkgevel. Via zeven treden wordt de toegang bereikt. De zijgevels en de toren zijn wel opgetrokken in bakstenen, die uit de ovens kwamen van Pieter en Frans Bafort. Het interieur van de kerk blijft verrassen door de rijke, maar toch sobere toepassing van classicistische stijlelementen. De driebeukige transeptloze kerk lijkt groot en dit effect wordt vooral door het vier traveeŽn diepe koor gecreŽerd. De totale diepte tot aan de absis bedraagt ongeveer zestig meter. De zijbeuken en het koor eindigen op halfronde absissen; aan dit van het koor paalt de vierkante klokkentoren. Alle wanden en gewelven van de kerkruimte zijn bepleisterd, wat ten goede komt aan de helderheid en de klare opbouw van de ruimte. De stukadoor die de werken uitvoerde was Joannes van Sassenbrouck, de vaste medewerker van Van Speybrouck. Hoge, ronde scheibogen, gescheiden door in- en uitspringende pilasters met kapitelen zorgen samen met de sterk geprofileerde kroonlijst voor een drukke ritmiek. De vensters reiken tot aan de ronding van de Boheemse koepelgewelven. In ieder gewelf steekt centraal een zware sluitsteen met bladmotief. Beeldhouwer Jacobus van Hecke leverde het model van de kapitelen die waarschijnlijk, net zoals de sluitstenen, werden uitgevoerd door Charles Schoone en Jacobus de Roo. Opvallend is het prachtige doksaal in een stijlzuiver classicisme dat vervaardigd is uit rijke marmersoorten. Vier gecanneleerde Dorische zuilen dragen het hoofdgestel en de borstwering met gedraaide balusters, bekroond door vier vazen. Om kostenbesparende redenen werden het hoofdgestel en de balustrade in hout uitgevoerd en gemarmerd, dit gebeurde zeer vakkundig door de bekende Brugse schilder Jan Beerblock (1739-1806). Orgelbouwer Domenicus Berger (1747-1797) maakte in 1790 het kwaliteitsvolle orgel.

Deze kerk is het meest monumentale gebouw in classicistische stijl in Brugge en een bewijs dat bouwmeester Van Speybrouck met zijn realisaties het particularisme en het provincialisme van de Brugse architectuurgebeuren op dat ogenblik oversteeg» 14 .


Vanuit de kerk wordt het grote pand bereikt, dat de kern van de abdij vormde. Hier konden de monniken verpozen en in hun vrije uren lezen en mediteren. Daar rond zijn verschillende conventuele ruimtes gegroepeerd die volgens het ideaalplan van de cisterciŽnzers een vastgestelde plaats hebben.

Het eerste contact met dit grote barokke pand is adembenemend. Vier overwelfde galerijen, die door vierendertig vensters subtiel worden verlicht, omsluiten het binnenhof. Ieder gewelf is met een rijk gebeeldhouwde en soms verrassende sluitsteen versierd. Druiventrossen en artisjokken zijn duidelijk herkenbaar. Midden in de westelijke galerij bevindt zich de abtskapel. Aan de zuidvleugel palen het abtskwartier, de imposante refter, het calefactorium en de monnikenzaal. Aan de oostvleugel grenzen de spreekkamer van de prior, de kapittelzaal (met de obligate uitsprong op de oostgevel), de sacristie en vertrekt de trap naar het dormitorium. Enkel een afzonderlijke pandbibliotheek ontbreekt in de Brugse abdij.

De toegangen tot die verschillende ruimtes en verbindingsgangen, met omlijstingen in witte natuursteen, capteren het oog van de bezoeker: iedere ingang leidt naar een ander boeiend deel van de abdij. De natuurstenen omlijstingen hebben veelal een van elkaar verschillende vormgeving. Het ontbrak de steenhouwers duidelijk niet aan inspiratie. Het loont om de open en gesloten deuren in de Duinenabdij te bewonderen. Ook de sleutelplaatjes op de eikenhouten paneeldeuren in de vorm van een mijter en abtstaf zijn bijzonder karakteristiek. De ruimtes zelf zijn door zuilen ingedeeld en afgedekt met gewelven, vaak versierd met sluitstenen. In het calefactorium is een schouw in renaissancestijl bewaard.

Het 17de-eeuwse monumentale beeldhouwwerk dat op verschillende plaatsen in de pandgang is opgesteld, heeft een grote symbolische betekenis: engelenfiguren met de passiesymbolen, de H. Katharina van AlexandriŽ, de H. Stefanus, de H. Paulus en de H. Bernardus die samen met de gekruisigde Christus wordt voorgesteld. Bernardus in monnikenpij stelt de gekruisigde Christus als levensvoorbeeld voorop en wil zich net zoals Christus losmaken van het aardse en de drang naar het materiŽle. Dit imposante beeldhouwwerk werd hier waarschijnlijk in 1653 geplaatst bij de met luister herdachte 500ste verjaardag van Bernardus' zalige dood.

De enige gebouwde galerij van het kleine pand is bereikbaar vanuit het grote pand. Deze twaalf traveeŽn diepe zuidelijke galerij sluit aan op zes ruimtes die ingericht waren als woonplaats van de novices, kamer van de prior, kamers van de senioren, infirmerie en kapel in een nog bestaande vleugel van het complex van het refugehuis van Ter Doest. De ruimtes zijn afgedekt met moer-en kinderbalken, rustend op met wapenschilden versierde kraagstenen die herinneren aan monniken van Ter Doest. De monumentale schouwen en het balkwerk zijn laatgotisch en dateren wellicht uit het begin van de 16de eeuw.

Ook op de verdiepingen van deze bakstenen abdij zijn fraaie en authentieke ruimtes en bouwelementen bewaard, die het kader vormden van het dagelijkse leven van de Brugse Duinheren. De bibliotheek bevindt zich nog steeds op haar oorspronkelijke plaats boven de refter. Wel verdween bij verbouwingswerken in 1959 het prachtige houten tongewelf, dat bekend blijft dank zij iconografische documenten. Op de zolders van de 17de-eeuwse vleugels van de abdij zijn de eikenhouten dakgebinten bewaard. De westvleugel die in de 19de eeuw werd verhoogd heeft op zolder een interessant metalen gebinte.

« Verdere verloop

« hoofdpagina | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | « vorige pagina « |  ^ top 

Voetnoten

« 14 Hij was zich daar ongetwijfeld van bewust want hij liet zich zelfvoldaan portretteren door zijn vriend, de kunstschilder en architect Paulus De Cock (1724-1801), met het plan van de duinenkerk op zijn werktafel. Dit schilderij is momenteel echter niet gelokaliseerd. Wel bezitten de Brugse Stedelijke Musea een portret van architect Van Speybrouck met een bouwplan onder de arm, geschilderd door niemand minder dan Joseph Suvťe (1743-1807), de Brugse kunstenaar die vanaf 1780 Peintre du Roy was in Parijs en later directeur van de Ecole FranÁaise de Rome