De onvoltooide droom van Abt Campmans

 

Het verdere verloop

Aan de kant van de Potterierei en aansluitend bij de hoofdtoegang van de abdij was nog in de 17de eeuw een voorlopige en bescheiden eenbeukige kerk gebouwd, die wellicht pas werd gesloopt op het ogenblik van de bouw van de nu bestaande kerk in 1775. Een algemene economische heropbloei in de Zuidelijke Nederlanden in de tweede helft van de 18de eeuw, het aflossen van een oude schuldenlast en de ontginning van bosgronden tussen Gent en Brugge gaven abt Robert van Severen (1748-1792) de kans om voldoende geld voor de bouw van een monumentale kerk te verzamelen. De opdracht werd toevertrouwd aan architect Emmanuel van Speybrouck-Coutteau, de belangrijkste bouwmeester in Brugge op dat ogenblik» 13 en met een duidelijke voorkeur voor een rationele architectuur, eigen aan het classicisme. Dertien jaar lang werd gebouwd aan de kerk van de Duinenabdij, die als verkleinde en vereenvoudigde versie van de oorspronkelijk geplande kan worden beschouwd. De architect baseerde zich op het oorspronkelijke ontwerp, maar maakte de kerk veel minder diep. Wellicht was gewoon de noodzaak niet meer aanwezig om een dergelijke grote kerk te bouwen.

Reeds in 1796 volgde de opheffing van de abdij. Er waren toen nog 24 monniken. Het gebouwencomplex onderging tal van functiewijzigingen van centrale school (tot 1803), naar militair hospitaal (tot 1808), naar keizerlijk lyceum (tot 1814), naar militaire opslagplaats (tot 1818) en atheneum (tot 1832). De abdijkerk fungeerde tussen 1798 en 1802 als museum waar de belangrijkste kunstwerken uit andere kerken en kloosters werden tentoongesteld en van 1814 tot 1818 gebruikte men ze voor de protestantse eredienst. Na 1833 werden de gebouwen omgevormd tot seminarie, een bestemming die tot vandaag is behouden. Het is het Provinciebestuur van West-Vlaanderen dat sinds de 19de eeuw zorg draagt voor het architecturaal patrimonium.

Het volledige complex kan bogen op een nog zeer grote architecturale authenticiteit. Enkel de verbouwingen uit 1949-1950 bepalen het huidige, wat harde uitzicht van de westvleugel, waarlangs de meeste bezoekers de abdij betreden. Die vleugel werd toen in een pseudo-barokstijl verbouwd. De harde verbouwing van de oude bibliotheek in 1959 valt eveneens te betreuren.

« Het monastieke patroon |    | Korte beschrijving »

« hoofdpagina | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | volgende pagina » |  ^ top 

Voetnoten

« 13 Emmanuel van Speybrouck (1726-1787) werd in Brugge geboren en volgde er een opleiding aan de Academie. Hij werkte meestal samen met Eugenius Goddyn voor de realisatie van grote panden in Brugge. Zo bouwden ze onder meer Steenstraat 38 (het ambachtshuis van de timmerlieden), de tuinvleugel van het Hof van Pittem in de heilige-Geeststraat 4 en Sint-Maartensplein 5.