De onvoltooide droom van Abt Campmans

 

De cisterciŽnzermonniken van Ten Duinen naar Brugge

Het is genoegzaam bekend hoe groot de geestelijke en culturele bloei was van de Duinenabdij in Koksijde die in 1128 was gesticht door Bernardus van Clairvaux en aan abt Robert van Brugge toevertrouwd. In de eerste helft van de 13de eeuw telde de gemeenschap niet minder dan 120 monniken en 248 lekenbroeders. De abdij had toen meer dan 10.000 hectaren land onder haar beheer en behoorde tot de belangrijke wolproducenten van Vlaanderen.

Tijdens de bewogen 16de eeuw was het aantal monniken tot amper 25 geslonken, waarvan er zelfs nog een aantal buiten de abdijmuren verbleef. De monniken bewoonden toen de bijgebouwen en de indrukwekkende middeleeuwse abdij kon met node onderhouden worden. Bovendien bemoeilijkten natuurlijke oorzaken zoals de verstuiving (de progressie van de duinen De Hoge Blekker en De Galooper bijvoorbeeld) en opstijgend grondvocht het gebruik van de oude gebouwen. In 1573 sloegen daarenboven de geuzen verschillende keer toe. Tijdens een nachtelijke raid op 20 april 1573 werd Koksijde geplunderd maar een bestorming van de abdij mislukte omdat er soldaten waren gelegerd die de aanvallers konden afweren.

Tijdens het calvinistisch bewind (1578-1584) werd de abdij geconfisqueerd en grotendeels gesloopt. De monniken zochten hun toevlucht in Nieuwpoort. Pas in 1597 hervatten de resterende Duinheren hun monastieke leven in de abdijhoeve van Ten Bogaarde in Koksijde. Daar bouwden ze enkele kleinschalige gebouwen en gebruikten daarvoor de opbrengst van de verkoop van hun oude Brugse refugehuis in de Snaggaardstraat.

In het begin van de 17de eeuw kende de gemeenschap een nieuwe intellectuele bloei en dank zij het economisch doorzicht van de in Dowaai geboren Bernard Campmans» 1 , de 40ste abt van de abdij, kwamen ze er ook financieel bovenop. Het monnikenaantal steeg tot 49 en het intellectuele leven herstelde zich. Het boekenbestand en de handschriftenverzameling werd hersamengesteld. De hervatting van de vijandelijkheden na het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) maakte echter het leven in Koksijde heel onveilig.» 2

Abt Campmans keek vanaf dan uit naar een rustige, en veilige stedelijke vestiging. Nadat pogingen in Veurne mislukten, koos hij resoluut voor Brugge.

De cisterciënzers hadden sinds eeuwen een vaste stek in de stad. Recente opzoekingen» 3 wezen uit dat Spiegelrei 4, 5 en 6 in de 13de en 14de eeuw door de cisterciŽnzers van Ten Duinen als refugehuis werden gebruikt. Een refugehuis diende niet louter als bescherming in tijden van oorlog maar ook als plaats waar de monniken hun zaken met de stedelingen konden afhandelen en waar ze soms zelfs hun laatste levensdagen kwamen doorbrengen.
Spiegelrei 6 staat nu nog bekend onder de naam De Witte Muenynck. Spiegelrei 4 droeg de ietwat oneerbiedige naam Ten Dune Ezel, wat blijkbaar als bijnaam voor de monniken van Ten Duinen werd gebruikt. Vůůr het eind van de 15de eeuw deden ze die drie huizen van de hand. In de eerste helft van de 14de eeuw verwierven ze ook reeds eigendommen in de Snaggaardstraat om er een tweede of een nieuw refugehuis te bouwen. Dit eigendom verkochten ze echter op het eind van de 16de eeuw aan de cisterciŽnzerinnen van Spermalie.

Door een overeenkomst met de bisschop van Brugge, die over de bezittingen van de voormalige abdij van Ter Doest in Lissewege beschikte, kregen de monniken in 1624 het refugehuis van Ter Doest aan de Potterierei in bezit. Op 3 mei 1627 kwamen ze er zich definitief vestigen. Reeds in april 1628 werd gestart met de uitbouw van een nieuwe abdij. Het zou de meest monumentale abdijsite in Brugge worden. De dynamische Campmans was toen 47 jaar oud en reeds 4 jaar abt.

Het lijkt het er soms op alsof de Duinheren niet wilden onderdoen voor de jezuÔeten, die toen reeds een groot deel van hun Brugse klooster hadden gebouwd. Zij wilden een even groot en imposant complex met een prestigieuze kerk. En waarom zelfs niet groter? De oude geestelijken versus de nieuwe geestelijken? Of waren de cisterciŽnzers van Ten Duinen met hun roemrijk verleden van plan en rol van Europees belang te spelen en opnieuw een groots intellectueel centrum uit te bouwen? Want een mogelijke competitie tussen beide orden moet sterk gerelativeerd worden. In de loop van de 17de eeuw hadden de cisterciŽnzers vaak contacten met de jezuÔeten, vooral wat de opleiding van jonge monniken betrof die naar de theologische faculteit van Dowaai werden gestuurd. Deze faculteit was een belangrijk contrareformatorisch studiecentrum, waar de jezuÔeten de toon aangaven. De abdijbibliotheek in Brugge werd bovendien aangevuld met Ignatiaanse lectuur» 4 , wat op een duidelijke interesse wijst.

« De verstedelijking van de monastieke beweging | | De cisterciënzers en stedenbouw »

« hoofdpagina | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | volgende pagina » |  ^ top 

Voetnoten

« 1 Bernard Campmans werd in 1581 in Dowaai geboren. In 1623 werd hij de 40ste abt van de Duinenabdij. Tot dan was hij rentmeester in Zande. Hij is bekend gebleven als een geniale en actieve man, die daarenboven door de ontdekking van het ongeschonden lichaam van de Zalige Idesbald in 1623 blijvend in de kronieken van de Duinheren als roemrijk staat geboekstaafd. Campmans vertegenwoordigde elf jaar lang als primarius de geestelijkheid bij de Staten van Vlaanderen. Hij was ook Vicaris-Generaal van de cisterciŽnzerorde in BelgiŽ. Hij stierf op 20 december 1642 en is begraven in de Duinenabdij in Brugge.
« 2 Onder leiding van een overgelopen dienstknecht van de abt probeerde een groep vrijbuiters aan land te komen in Koksijde. De aanval werd verijdeld en de knecht werd op 1 juli 1621 in Veurne opgehangen uit: P.Heinderyckx, Jaerboeken van Veurne en Veurneambacht, (Ed. E. Ronse, 1853), dl.I, p.93-96 en dl. IV, p.83-84. Met dank aan historicus Bernard Schotte voor deze aanvulling.
« 3 T. De Meester, Het refugehuis van de Duinenabdij in Brugge, in: Brugs Ommeland,42 jg., 2002.
« 4 A. Denaux en E. Vanden Berghe(red.), De Duinenabdij en het Grootseminarie te Brugge. Bewoners/ Gebouwen/ Kunstwerken, Tielt-Weesp, 1984