De onvoltooide droom van Abt Campmans

Het volledige ommuurde complex van de voormalige Duinenabdij, samen met de verrassende tuin en boomgaard, behoort tot de topstukken van het Brugse architecturale en culturele erfgoed uit de 17de en 18de eeuw. Sober gebouwd maar met het oog voor de juiste proporties en gebruikmakend van een fantastisch spel van licht en schaduw in de interieurs; de barok en het classicisme waardig. Zelfs deze onvoltooide droom van Campmans bezit Europese allure. Nergens in Vlaanderen werd in de 17de eeuw een andere cisterciŽnzerabdij van die omvang gebouwd.

Tijdsituering

De Val van Antwerpen in 1585 had de feitelijke scheiding van de Nederlanden in een noordelijk en zuidelijk deel als gevolg. De Zuidelijke Nederlanden bleven onder het gezag van het katholieke Spanje, werden geregeerd door Spaanse landvoogden en ongewild betrokken in de oorlogen met de Verenigde Republiek, Frankrijk en Engeland. Hoewel Brugge aan het rechtstreekse oorlogsgeweld ontsnapte, waren de sociale en economische gevolgen hier ook voelbaar. Pas met de Vrede van Utrecht op 11 april 1713 kwam er een einde aan de Spaanse machtspositie.

De Spaanse landvoogden pasten hier de maatregelen toe die genomen waren tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) om de macht en de positie van de katholieke kerk herstellen. Ze beseften dat om de Contrareformatie te doen slagen de bestaande kerkelijke instellingen ten gronde moesten gewijzigd worden, benoemden bekwame bisschoppen en stelden alles in het werk om het aantal priesterroepingen te doen toenemen. Seminaries werden geopend die voor een degelijke theologische en pastorale opleiding zorgden.

Een belangrijke en essentiŽle rol werd bovendien gespeeld door de reguliere geestelijkheid en dan vooral door de jezuÔeten, die nergens zo talrijk aanwezig waren als in Vlaanderen. Hun invloed op het onderwijs en de moraal was enorm. Zij zorgden voor het catechismusonderricht waardoor ze ook de lagere bevolkingsgroepen bereikten

Brugge

Op het einde van de 16de eeuw stonden in Brugge als gevolg van de socio-economische moeilijkheden heel wat huizen leeg en vervallen. Enkele duizenden inwoners verlieten de stad. Initiatieven werden ontplooid om Brugge een nieuw economisch elan te geven. In 1618 werd het kanaal Brugge-Oostende gegraven zodat Oostende kon uitgroeien tot een haven en de stad opnieuw bereikbaar werd voor kleine zeeschepen. Deze Oostendse Vaart diepte men in 1664-1665 verder uit en in het noorden van de stad werd de Handelskom gegraven met het Fort Lapin als verdedigingscomplex. Brugge kreeg weer de kans mee te spelen in het internationale handelsgebeuren, de bevolking groeide aanzienlijk aan en het stadslandschap wijzigde grondig. Er werd volop gebouwd en de stadsmagistraat verplichtte bovendien om alle houten gevels door stenen exemplaren te vervangen.

De verstedelijking van de monastieke beweging »

« hoofdpagina | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | volgende pagina » |  ^ top